Een gezonde zuurstofsaturatie ligt op 95% of hoger. Kom je met een meting onder de 90%, of heb je last van kortademigheid bij lichte inspanning, ga dan naar je huisarts. Een lage saturatie kan namelijk wijzen op onderliggende aandoeningen die verder onderzoek vragen, zoals bloedarmoede, een longaandoening als COPD, darmaandoeningen zoals de ziekte van Crohn, of andere ernstigere oorzaken. Onderstaande informatie is bedoeld ter ondersteuning naast, niet in plaats van, die medische beoordeling.
Signalen van een lage zuurstofsaturatie
De meest voorkomende signalen zijn kortademigheid bij geringe inspanning, vermoeidheid, zwakte en een lage weerstand. Ook een bleke huid, duizeligheid, hoofdpijn, hartkloppingen en koude handen en voeten kunnen wijzen op een tekort.
Veelvoorkomende oorzaken
De twee meest voorkomende oorzaken zijn een laag hemoglobinegehalte (ijzertekort) en een tekort aan vitamine B12. Dit kan ontstaan door bloedverlies (bijvoorbeeld door een verwonding, operatie, bevalling of zware menstruatie), door onvoldoende inname via voeding, of door een verminderde opname in de darmen, zoals bij glutenintolerantie, de ziekte van Crohn of candida. Ook aandoeningen als kanker, reuma en erfelijke lever- of pancreasaandoeningen kunnen een rol spelen: dit onderstreept waarom medische beoordeling belangrijk is wanneer klachten aanhouden.
Wat kun je zelf doen, naast medische zorg?
- Eet voldoende ijzerrijke voeding: vlees, vis, gevogelte, groene groenten, peulvruchten en volkoren producten.
- Eet voldoende vitamine B12: vlees, vis, ei, zuivel. Volg je een veganistisch voedingspatroon, let dan extra op je B12-inname of gebruik een supplement.
- Beweeg matig: wandelen, fietsen of zwemmen ondersteunt je longen en bloedsomloop, zonder jezelf uit te putten.
- Zoek regelmatig buitenlucht en daglicht op.
- Stop met roken.
- Taiwan Chlorella kan, als aanvulling op gezonde voeding, een ondersteunende rol spelen bij een goede opname van voedingsstoffen.
Blijven de klachten aanhouden, ondanks deze aanpassingen? Ga dan terug naar je huisarts voor verder onderzoek.